Geest, W.M. van der (Pater-Lazarist)

Pater-Lazarist, verzetsheld, 8 december 1913 - 17 mei 1969

VERZETSLEIDER IN BRUSSUM EN OMGEVING

Wilhelmus Martinus (Willem) van der Geest werd geboren op 8 december 1913 in Beverwijk, Noord-Holland. Zijn vader, Adrianus Theodorus van der Geest (1882-1942), was slager van beroep. In 1910 werd hij zelfstandig ondernemer. In 2010 vierde Slagerij Van der Geest uit Beverwijk haar honderdjarig bestaan.

Willem van der Geest wilde graag rooms-katholiek geestelijke worden en meldde zich bij de congregatie van de Lazaristen. Deze missionaire congregatie werd in 1625 in Parijs gesticht door Vincent de Paul, ook wel genaamd Vincentius a Paulo (1581-1660). Op 21 juli 1940, dus tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd Willem van der Geest samen met 15 andere studiegenoten door bisschop G. Lemmens van Roermond in Panningen (Limburg) tot priester gewijd. In Panningen was het grootseminarie van de Lazaristen gevestigd; een opleidingsinstituut, vooral voor Nederlandse en Belgische studenten.

Paters Lazaristen te Panningen. Foto: www.lazaristen.com Vanwege de Tweede Wereldoorlog moesten Willem van den Geest en andere neomisten vijf jaar wachten alvorens als missionaris naar China, Taiwan, Indonesië, Brazilië of elders te kunnen vertrekken.

In 1942 werd Lazarist Van der Geest aangesteld in de Oostelijke Mijnstreek. Hij ging aan de slag in het rectoraat Rumpen-Brunssum. Paters Lazaristen waren onder meer actief bij de opvang, begeleiding en scholing van (nieuwe) mijnwerkers. In of omstreeks augustus-september 1943 begon Van der Geest met het verrichten van verzetswerk. Hij werd rayonleider van het LO-district Brunssum en omgeving: Schinveld, Jabeek, Doenrade en Merkelbeek. De afkorting LO staat voor: Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. LO en LKP (Landelijke Knokploegen) vormden vanaf 1942 de grootste Nederlandse verzetsorganisaties.

Rayonleider Van der Geest onderhield vooral samenwerkingscontacten met Jaap Musch (1913-1945), oprichter van de NV-verzetsgroep. De NV was oorspronkelijk een Amsterdamse groep die zich vooral richtte op het redden van Joodse kinderen en het organiseren van hun onderduik in Limburg. Van der Geest beschikte over een aantal ‘duikhoofden’, onder meer Herman Stakenborg (1896-1952). Duikhoofden zochten geschikte onderduikadressen en voorzagen onderduikers onder andere van voedsel, kleding en schoeisel. Stakenborg heeft naar schatting tussen de 200 en 300 Joodse onderduikers in de mijngemeenten Hoensbroek, Heerlen, Brunssum en Schinveld ondergebracht en verzorgd.

Om duikadressen, levensmiddelen, textielbonnen, persoonsbewijzen en financiële steun te verkrijgen werkte pater Van der Geest intensief samen met andere geestelijken, onder meer kapelaan Jan Willem Berix uit Heerlen, gemeenteambtenaren en functionarissen van het Gewestelijk Arbeidsbureau. Van der Geest had herhaaldelijk contact met de heer H.J. Hendriks, ambtenaar gemeentesecretarie Brunssum, en de heer M.A. Flecken, directeur Arbeidsbureau Brunssum. Kortom, de pater beschikte over een lokaal netwerk van velerlei contacten.

Het gezin Vermeer, wonende aan de Prins Hendriklaan, speelde een zeer belangrijke rol binnen de onderduik te Brunssum. Ofschoon het gezin elf kinderen telde was er toch altijd plek voor onderduikers. Vele Joodse kinderen vonden in en via dit gezin een veilig onderduikadres. De woning van de familie Vermeer werd ook wel het ‘rubberen huis’ genoemd omdat het soms 25 tot 30 personen huisvestte.

Groep onderduikers v.d. NV-groep in de tuin van de familie Vermeer, circa 1943. Foto: Collectie Joods Historisch Museum In mei 1944 werd Van der Geest gewaarschuwd: hij werd door de Sicherheitsdienst (SD) van Maastricht gezocht. Hij stond bovenaan een opsporingslijst. Lazarist Van der Geest veranderde razendsnel van identiteit: hij werd burger, nam een schuilnaam aan (‘Fred Bockkom’), kreeg een vals paspoort, vluchtte naar Amsterdam en dook onder.

Zijn wegens ‘zwartslachten’ (illegaal huisslachten) door de SD uit Zuid-Holland gezochte en in Brunssum ondergedoken broer Jaap nam zijn verzetswerk over. Alvorens aan de slag te gaan verkende Jaap als stratenreiniger de plattegrond van Brunssum en omgeving. Jaap deed zijn uiterste best om broer Willem zo goed mogelijk te vervangen, hetgeen geen makkelijke opgave was omdat pater Willem over velerlei capaciteiten beschikten en een uitstekende reputatie genoot. Jaap zorgde er onder meer voor dat door de nazi’s gezochte (jonge) arbeidskrachten tewerkgesteld werden in de Staatsmijn Hendrik – contactpersoon bureauchef H. Watervoort – en in de plaatselijke bruinkoolgroeven – contactpersoon leidinggevende Jans(s)en. Als ‘linke Hollandsche jongen’ wist Jaap de nazi’s herhaalde malen om te tuin te leiden.

In september 1944 werd pater Van der Geest alias Fred Bockkom in Amsterdam opgepakt tijdens een razzia. Vervolgens werd hij naar Kamp Amersfoort (Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort) overgebracht; een doorgangs-, werk- en strafkamp waarin vooral gearresteerde onderduikers gedetineerd waren. Na een detentieperiode van ongeveer één maand werd hij met hulp en steun van een kampdokter wegens bepaalde gezondheidsklachten uit het kamp ontslagen.

Na afloop van de oorlog werkte pater Van der Geest als missionaris in Brazilië. Op 17 mei 1969 overleed hij geheel onverwacht in het klooster van de Lazaristen te Wernhoutsburg, gemeente Zundert, Noord-Brabant.

De Volkskrant, 19 mei 1969

Geraadpleegde bronnen: