Gasthuis

Het is niet met zekerheid te zeggen, wanneer het Gasthuis in Heerlen is onstaan. In het archief van de St. Pancratiuskerk is sprake van een “Hospitale apud Herle” in 1400, 1485 en 1458. Ds. Jongeneel vermeldt zelfs dat het reeds vóór 1369 bestond. De griffier van de Hoofdschepenbank en de rentmeester van de Brabants-Valkenburgse bureaux maken regelmatig melding van een “gasthuis”. In het “Register van de chijnsen, renten etc” van de hertog van Brabant uit 1551 is sprake van “aent Gasthuys”, “op den Gasthuysbergh” . In het archief van Huis De Dohm in Welten komt de aanduiding “Gasthuyslandt” voor. Hiermee wordt het stuk grond bedoeld, dat in erfpacht aan de bezitters van het gasthuis toebehoorde. In de leggerboeken van het jaar 1770 komt al de naam “Gasthuisstraat “ voor. Op een kaart uit 1820 waren op het terrein, waar nu Huize De Berg (het vroegere Sanatorium) ligt, de “Gasthuisweien” ingetekend. 

Voor een gasthuis waren enkele bronnen van inkomsten heel belangrijk. Het gebeurde maar al te vaak dat de gasten te arm waren om hun verzorging zelf te betalen. In het register dat de rentmeester van het gasthuis bijhield, gebruikte hij hiervoor de aanduiding “armenrenten” of “Gasthuisrenten”. Enkele Heerlense families hadden bezittingen van het gasthuis in pacht. De pacht werd jaarlijks in geld of in natura betaald. Er is slechts één register met optekening van deze pachten bewaard gebleven. Vermoedelijk zijn dergelijke archiefstukken door de wereldlijke overheid, in dit geval de Republiek der Verenigde Nederlanden, in beslag genomen. Heerlen maakte sedert het Partagetractaat van 1661 tot 1795 deel uit van de Republiek. In de protestantse Republiek kwamen de katholieke geestelijke goederen onder beheer van de Ontvanger-generaal in Den Haag. Het gasthuis stond eeuwenlang onder beheer van de Heerlense St. Pancratiuskerk en behoorde daarom tot de geestlijke goederen.

Het Heerlense gasthuis is vermoedelijk in de jaren 1680-1700 afgebroken. In het register van huisbezoeken uit 1753, samengesteld door pastoor A. Morees van de St. Pancratiuskerk, wordt het gasthuis niet meer genoemd. In, de door de bisschoppen gehouden, kerkvisitaties, waarvan in de 18e eeuw lijsten werden bijgehouden, werden ook de gasthuizen vermeld. Maar ook hier treffen we het gasthuis van Heerlen niet meer aan. Het bestaan van het gasthuis leeft nog voort als naam in de Gasthuisstraat. Hierdoor blijft de herinnering bestaan aan een Middeleeuwse liefdadigheidinstelling.

Nadere bronnen en literatuur: 

Tags

Plaatsen