Dautzenberg, Hubert (ambulancechauffeur)

Ambulancechauffeur,  17 augustus 1877 - 22 april 1958

Hubert Dautzenberg werd op 17 augustus 1877 te Hoens­broek geboren. Zijn eerste beroep was dorpsbarbier. Dat ver­anderde toen hij begin 1906 als patiënt in het ziekenhuis werd opgenomen. Hij had zijn knieschijf gebroken omdat hij bij het uitwijken voor spelende kinderen met zijn fiets in de heg was te­recht gekomen. In de acht maanden dat hij in het ziekenhuis ver­bleef wist hij zich onmisbaar te maken. Hij hield lastige kin­deren onder de langdurig patiën­ten be­zig als de zusters het te druk had­den. Het lange verblijf in het zieken­huis had zijn spaargeld echter hele­maal opge­­­­maakt. Wat moest hij nu beginnen? De zaalzuster besprak zijn probleem met mgr. Savelberg en eind 1906 kreeg Hubert vast werk in het ziekenhuis tegen kost en inwo­ning. Hij was voortaan manusje-van-alles. Enkele uren per dag was hij bezig met het oppompen van het putwater in een reservoir, dat van daaruit via een primitieve leiding naar de kranen werd geleid. Toen de put uitdroogde werd er een waterleiding aangelegd. Hubert was verder werk­zaam in de verpleging, had de zorg voor de verwarming, deed boodschappen en verleende hulp bij operaties door benodigd­heden te steri­liseren en instrumenten te repareren en gereed te leggen. Hij was tevens misdienaar.

 Ook het ziekenvervoer behoorde tot de taak van Hubert. De eerste jaren maakte men hiervoor gebruik van een fiets­brancard. De wegen waren in die tijd bedekt met een dikke laag kiezel dat aan beide kanten van de weg lag opgehoopt. In een dergelijke hoop kiezel kwam Hubert een keer terecht toen hij een mevrouw met een gebroken heup van Imstenrade naar het ziekenhuis in Heerlen vervoerde. De patiënt rolde van de brancard op de weg, tot grote verontwaardiging van de familie. Men gebruikte in die tijd vaak de vreemdste vervoer­middelen, zoals een brancard gemaakt van tak­ken. Zijn eerste jaar, 1907, was vol tegenspoed. In februari stierf mgr. Savelberg, de stichter van de congregaties Kleine Zusters en Broeders van de H. Joseph en een van de stichters van het St. Jozef­zieken­huis. In hetzelfde jaar werden er geen patiënten opgenomen wegens gebrek aan aanvragen voor verpleging. Na de noveen van Zr. Thoma ging het beter. De aanvragen stroomden bin­nen met als gevolg dat er spoedig een geweldig gebrek aan bed­den ontstond en zelfs de in het ziekenhuis wonende Hubert Dautzenberg zijn bed moest afstaan. Op een oude sofa in de open waranda van het Mariabad, met een jas van dokter De Wever over zich heen, moest de arme man in de gure herfst­wind slapen. Enkele weken later vroeg hij Zr. Thoma op­nieuw een noveen te houden, deze keer om de grote toe­stroom van patiënten te stuiten, zodat hij eindelijk weer over een normaal bed kon beschikken.

In 1912 leende het Rode Kruis een auto met geleide en chauf­feur aan het ziekenhuis. Twee jaar later kreeg het zieken­huis zijn eerste echte ziekenwagen met Hubert Dautzenberg als chauffeur. Nu kreeg hij eindelijk een echt salaris. Op 22 sep­tember 1914 trouw­de hij met de weduwe van zijn broer, Maria Hubertina Beckers. Het echtpaar kreeg twee kinderen. Dautzenberg overleed op 22 april 1958 in Hoensbroek.

Nadere bronnen en literatuur: