Cartils, Kasteel (Wijlre)

Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, objectnummer 304.018; http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rechten Ten zuiden van Wijlre, waar de Geul en de Gulp samenvloeien, ligt kasteel Cartils. Het ligt idyllisch temidden van landerijen en bossen. De naam Cartils betekent  “bij een hof (curtis) behorende” en lijkt te duiden op een hoge ouderdom.

De oudst bekende vermelding dateert echter van 1257 waar de heer van Cartils een zekere ridder Theodoor was die gehuwd was met een dochter uit het adellijke geslacht van Printhagen. De hieruit voortgesproten zoon Ivo huwde met een dochter van de familie Hoen tzo Broeck en Ivo combineerde de naam en droeg zelf de naam Hoen van Cartils. Dit geslacht bleef tot in de 18e eeuw eigenaar van het kasteel, waaraan eveneens een laathof was verbonden. De familie zou in de loop der eeuwen, met name in de zeventiende eeuw, veel andere landgoederen in de omgeving in bezit krijgen. De kastelen Schaloen, Libeek en het Hoenshuis alsmede de heerlijkheid Oud-Valkenburg behoren tot dat rijtje. Rond het kasteel Cartils vormt zich gedurende de eeuwen een kleine buurtschap.

Het kasteel moet van oudsher een burcht met voorburcht zijn geweest. Een opzet die herkenbaar is op een tekening uit 1613. Hierop wordt het kasteel afgebeeld als een hoofdgebouw met twee zware torens en een ommuurde binnenplaats aan de voorzijde. Ten noorden ervan staan dienstgebouwen en een poortgebouw en ook ten westen staat een poortgebouw afgebeeld. Een nu nog aanwezig fraai arkeltorentje is vrijwel het enige wat is overgebleven van het originele kasteel uit 1500. Onder de kleine vensters is het geslachtswapen van Hoen van Cartils aangebracht. Tussen de heren van Wijlre, dat een vrije rijksheerlijkheid was, en de bewoner van het kasteel Cartils heeft eeuwenlang een machtsstrijd gewoed over de zeggenschap en jurisdictie van het gebied. Daarom is het kasteel waarschijnlijk relatief verdedigbaar opgetrokken.

In 1843 werd het kasteel verkocht aan Johannes Theodorus Frijns die het in 1883 grondig liet verbouwen. De nog aanwezige gracht moet toen zijn gedempt. Johannes Frijns voorzag het kasteel van de symmetrische gevel met empirievensters en de centrale ingang met de bordestrap. De grote serre aan de voorzijde, die door het formaat en fijne houtsnijwerk opvalt, is ook in deze tijd gebouwd. Ook de tuin werd aangepakt en in landschappelijke stijl veranderd.

In de 20e eeuw werd het kasteel het onderkomen van het geslacht Janssen de Limpens en momenteel heeft het nog steeds een woonfunctie. De tuin is in de jaren 80 weer in zijn oorspronkelijke staat hersteld.

Nadere bronnen en literatuur: