Broekmolen of Broekermolen (Slenaken)

Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, objectnummer 142.503; http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rechten De watermolen met bijbehorende boerderij, Broekmolen genaamd, ligt iets buiten Slenaken langs de weg Slenaken - Gulpen. De naam dankt de molen aan de ligging in een broek; een drassig gebied.

De molen was in het ancien régime eigendom van de heren van Slenaken, waartoe de geslachten Hees, van Gronsveld, van Plettenberg en Goldsteijn van Dusseldorff gerekend mogen worden. De eerste vermelding van een molen te Slenaken is gevonden in archiefstukken uit 1522. Veel vermeldingen in de zestiende en zeventiende zijn er overigens niet. Over deze periode is dus weinig bekend. Er staat immers ook niet vast of deze schaarse vermeldingen ook echt over de huidige broekmolen gaan. Er wordt namelijk enkel gesproken van een molen te Slenaken. Aan het eind van de achttiende eeuw was het in eigendom van graaf Louis van Goldsteijn van Dusseldorff. Het complex bestond uit een kleine molen, gelegen direct naast het woonhuis. Het geheel lag onder één dak. Tegenover de molen, aan de andere zijde van het erf, lagen de schuren. Het huidige gebouw dateert hoogstwaarschijnlijk van 1773, het jaartal dat ook in muurankers is weergegeven. De graaf verkocht de molen in 1808 aan Willem Martinus Watrin uit Vaals.

De molen kreeg het water aangevoerd vanuit een vergaarvijver. Deze vijver kreeg het water weer vanuit een molentak van de Gulp. In 1852 werd de molen publiekelijk verkocht, waarbij Abraham Stephanus Gadiot de hoogste bieder was. Aan het einde van de negentiende eeuw kwam de molen in handen van Willem Hubert Pijls, burgemeester van Maastricht. In deze familie zou de molen nog enkelijke generaties blijven. In 1906 werd het molengebouw uitgebreid. Het maalwerk en het waterrad werden vergroot. De oude kleine molen werd afgebroken en een grotere molen werd aan de buitenkant van de kleine molen “aangebouwd”. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog was het waterrad gekoppeld aan een 110 Volt-dynamo dat het molen- en boerderijcomplex alsmede een aantal woningen in de omgeving voorzag van elektrisch licht. Nadat Slenaken, in de twintiger jaren, werd aangesloten op het elektriciteitsnetwerk werd een elektromotor in de molen bijgeplaatst ter ondersteuning van het maalwerk. Van oorsprong was dit zowel een graan- als een oliemolen. Het mechanisme voor de oliemolen werd in de negentiende eeuw uit het molengebouw verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw werd er uitsluitend bakrogge en voergraan gemalen. In deze periode werd de molen bemaald door de familie Speetjes, die tevens wethouders en burgemeesters van Slenaken aanleverde.

In 1962 werd molenaar Johan Huynen dood aangetroffen in de molen, waarmee het einde van de molen was gekomen. Vanaf 1980 is de molen geheel verbouwd tot woonruimte.

Nadere bronnen en literatuur: