Bongard, kasteel (Bocholtz)

De eerste vermelding van dit kasteel in de archieven dateert van 1373. Van oorsprong moet het kasteel een vierkante burcht met hoektorens zijn geweest en moet het een omgrachting hebben gehad. Het huidige kasteel beslaat slechts een vijfde van het oorspronkelijke kasteel en is in de huidige gedaante grotendeels  16e eeuws.

Het kasteel werd in 1523 gebouwd in opdracht van Bernhard van den Bongard. Rond 1550 zijn er vier ronde hoektorens aan het kasteel toegevoegd waarvan er nu nog één resteert.Ook het nu nog bestaande poortgebouw dateert van deze periode. Het gebouw is opgetrokken uit baksteen met mergelstenen speklagen.

De heerlijkheid Simpelveld en Bocholtz werd  rond 1626 aan Maria van den Bongart verpand. Zij verkocht de heerlijkheid op haar beurt in 1680 aan haar zoon, C.G. baron von der Leyen. Tot 1744 blijft het riddergoed in het bezit van het geslacht Van der Leyen. Na 1744 wordt de heerlijkheid, inclusief het kasteel, verkocht aan Maria Barbara de Grave, vrouwe van Overhuyzen. Van 1680 tot 1773 was het kasteel bestuurscentrum van de heerlijkheid Simpelveld-Bocholtz.

In de 19e eeuw was het huis in bezit van baron de Bieberstein-Bogalle-Zowadski en in de 20e eeuw was baronesse J.F.M. de Weichs de Wenne eigenares. 

Recentelijk (2018) is onderzoek gedaan naar het kasteel en haar eigenaren door de heer Lucas Bruijn uit Bocholtz. In zijn gedegen werkstuk komt hij tot de volgende conclusie: „Alhoewel er tamelijk veel over het kasteel De Bongard en de familie Van den Bongard geschreven is, een gedegen, met documenten onderbouwde studie ontbreekt. Ook de verbanden tussen de Bocholtzer tak en de andere Limburgse en Duitse takken van de familie zijn nooit uitvoerig onderzocht. Veel van de te boek gestelde historie lijkt zo niet op mythen dan toch op wankele fundamenten te berusten“. Zijn werkstuk ‘Mythe of historie’ is hier te lezen.

Nadere bronnen en literatuur: 
Bogaard, P.H., Van den Bongard, genealogie van een Nederlandse tak van het Von dem Bongart, in: Jaarboek Oud-Utrecht (1975)161-205.
Crott, J., Kasteel De Bongard Bocholtz, in: LvH Monumententocht 20 april 1985, 14.
Crott, J. en J. Hoen (red.), Bocholtz, oôs durrep van vrugger en noe en Boocheser lunj van doe, Bocholtz 1978.
Dohmen, H.W.J., De Bongard. Het vergeten kasteel (te Bocholtz) eens de zetel der heerlijkheid Simpelveld en Bocholtz, in: LvH 13(1963)48-54.
Franssen, G.H., Schets van de geschiedenis van Simpelveld en Bocholtz, in: Msg 85(1966)161-188.
Franssen, G.H., Van Semplevei tot Simpelveld. Geschiedenis van Simpelveld, Simpelveld 1970.
Franssen, H., De Bongard, in: De Bongard 1(1987, nr. 1)9-19; (1987, nr. 2)9-16.
Franssen, H., Bernhard van de Bongard, Heer van Nijenrode, in: De Bongard 11(1999)50-52.
Habets, J., Geschiedkundige aanteekeningen over Simpelveldt (1155-1598), in: PSHAL 8(1871)161-180.
Habets, J., Notes sur Simpelveldt et Bocholtz, in: PSHAL 8(1871)440-441.
Hupperetz, W., B. Olde Meierink en R. Rommes, Kastelen in Limburg:burchten en landhuizen 1000-1800, Utrecht 2005, 449-452.
Janssen de Limpens, K.Th.J., Leen-en laathoven in de Maaslandse territoria vóór 1795, Maastricht 1974 (= Werken uitgegeven door het Limburgs Geschied-en Oudheidkundig Genootschap; 6), 45.
Marres, W. en J.J.F.W. van Agt, De Nederlandse monumenten voor geschiedenis en kunst. Geïllustreerde beschrijving vanwege de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg; deel V: De provincie Limburg, 3e stuk: Zuid-Limburg (uitgezonderd Maastricht), Den Haag 1962, 66-70.
Provincie Limburg, De. Deel VII in Voorlopige lijst der nederlansche monumenten van geschiedenis en kunst, DenHaag 1926, 35-36.
Rij, B. de, Tussen vesting en residentie. De zestiende eeuw, in: Janssen, H.L., J.M.M. Kylstra-Wielinga en B. Olde Meierink (red.), 1000 jaar kastelen in Nederland. Functie en vorm door de euwen heen, Utrecht 1996,128.
Schröder, K., Het kastelenrijk. Oostelijke Mijnstreek, Maastyricht 1996, 13-15.
Smeets, B., Oude hoeven in Bocholtz, in: LvH 25(1975)46-50.
Stenvert, R. et al., Limburg.Monumenten in Nederland deel 8, Zeist/ Zwolle 2003, 84-85.