Berix, Jan Willem (kapelaan)

Kapelaan, 12 april 1907 - 13 maart 1945

Rechten: Fotograaf J.Cohnen, Heerlen (Foto Jeanny). Hij werd geboren op 12 april 1907 in het Maasdorpje Meers. Na de lagere school te hebben doorlopen ging hij naar het Bis­schop­pe­lijk College te Sittard, waar hij in 1927 slaagde voor zijn eind­examen gymnasium. Hij wilde graag priester worden en volg­de daar­om twee jaar colleges filosofie te Rolduc. Ver­vol­gens stu­deer­de hij vier jaar theologie op het groot­seminarie in Roer­­­mond. Op 1 april 1933 wijd­de mgr. Lemmens hem tot pries­­ter. Twee weken later droeg hij in zijn geboorteplaats Meers zijn eerste heilige mis op. Op 10 septem­ber werd hij be­­noemd tot kapelaan van de St.-Pancratiusparochie te Heer­len. Hier was hij belast met het jeugdwerk in de parochie. Hij werd benoemd tot directeur van de jongenscongregatie en aalmoezenier van de R.K. Verkennersgroep St. Paulus. Kape­laan Berix was zeer geliefd bij de jeugd. Met de ver­kenners trok hij op zomerkamp naar het Geren­dal, de Wereldjam­boree in Voge­len­zang en het kamp St. Joris te Weert. Hij zette zich in voor armen en hulpbehoevenden.

Zijn werk voor de verkennerij bracht hem in het begin van de Twee­de Wereld­oor­log in conflict met de bezetter. In 1941 werd het jeugd­werk ver­bo­­­den. Kapelaan Berix slaag­de er nog juist in alle bezittingen van de St.-Paulus­groep op de zolder van de kapelanie onder te brengen. Door zijn inzet voor de in nood verkeren­de mede­mens kwam hij in het ver­zet terecht. Zo nam hij bijvoorbeeld contact op met art­sen en gemeen­­­­teambtenaren om een groot aantal vrijstellingen te regelen voor jongens en jonge mannen die werden opge­roe­­pen voor tewerkstelling in Duitsland. Ook gaf hij samen met een arts voorlichting over hoe men vrijstelling kon ver­krijgen. Hij zorgde voor onderduikadressen voor jongens die toch wer­den opgeroepen voor de Nederlandsche Arbeids­­­dienst of voor werk in Duitsland en hij zorgde tevens voor hun levens­on­der­houd. Alle particuliere verzetsorganisaties werden door hem ge­bun­deld tot een groep die zich aansloot bij de Landelijke Or­ga­ni­satie voor Onderduikers (L.O.). Berix werd leider van het district Heer­len van deze organisatie. Zijn verzetsnaam was Giel. In 1944 werden bij een diefstal van bonkaarten in Sittard drie ver­zets­mensen op­gepakt. Een van hen noemde na lange verhoren de naam van kapelaan Berix. De Sicher­heitsdienst (S.D.) begon een klopjacht en de kapelaan moest daarom op 23 maart 1944 zelf onderdui­ken.

Hij wist enkele maanden uit handen van de Duit­sers te blij­ven, maar op 24 juni sloeg het noodlot toe. Berix nam deel aan een vergadering van districtsleiders van het L.O. in het klooster St. Louis van de Broeders van de Onbevlekte Ont­vangenis te Weert. De S.D. was door verraad van deze ver­ga­dering op de hoog­te en arresteerde de aanwezigen. De ka­pe­laan werd met zijn kameraden naar het kamp Vught ge­­bracht. Ook hier was hij een steun voor zijn medegevangenen. Via de luchtkoker wist hij met zijn lotgenoten in contact te blij­ven. De verhoren en zware mishandelingen hadden geen uit­wer­­king; Giel bleef zwijgen. Op 6 september 1944 werd hij per trein naar Oranienburg ver­voerd. In dit kamp raakte hij be­smet met dysenterie, welke ziekte hij ternauwernood over­leef­de. Lichamelijk een wrak, werd hij in oktober via Sachsenhau­sen naar Bergen-Belsen gebracht. In dit laatste kamp heerste door de onhygiënische toestanden vlektyfus. Aan deze ziekte is Berix vermoedelijk op 13 maart 1945 overle­den.

Na de oorlog is er in zijn geboorteplaats Meers een borst­beeld onthuld. In Heerlen noemde men een straat en de verken­nersgroep van de St.-Pancratiusparochie naar de kapelaan.

Nadere bronnen en literatuur: