Beltmolen (Nuth)

De beltmolen is gelegen in het gehucht Hunnecum nabij de provinciale weg richting Valkenburg. De molen is een ronde stenen beltkorenmolen, een windmolen met een kunstmatige heuvel (belt).

De molen werd in 1882 gebouwd in opdracht van Maria Ludovica Jongen uit Amstenrade. De eigenaren wisselden elkaar daarna snel af. In 1887 werd Aloysius Josephus Cremers eigenaar en in 1893 Gerardus Constantinus Cremers, notaris in Sittard. In 1905 werd de molen verkocht aan Joseph Hounjet, molenaar in Eckelrade-Sint Geertruid. In 1907 werd Jan Hendrik Koolen, molenaar in Eygelshoven door koop eigenaar, in dat zelfde jaar vervolgens Hendrik Leunissen, winkelier in Nuth. In 1908 volgde Johann Gerhard Krings, tevens eigenaar van de Pletsmolen in Nuth. Kring stierf in 1926 en zijn nalatenschap werd openbaar verkocht. De watermolen met huis, schuur en stalling werd verkocht aan J.J.H. Grooten; de windmolen met erf werd verkocht aan Jacob Hubert Wevers als gemachtigde voor Maria Martha Moonen (weduwe Krings).

Na de gewelddadige dood van het echtpaar Wevers op 25 juni 1933 werd de molen gekocht door Dirk Zijlstra uit Hoensbroek; in 1934 gevolgd door Johannes Christiaan en Mathias Laurentius Delbressine uit Neerbeek. Zij lieten de houten buitenroede, die in slechte staat verkeerde, vervangen door een ijzeren roede afkomstig van de standaardmolen op Molendries in Helden.

De molen werd vervolgens verpacht aan Hub. van den Eertwegh uit Heythuysen. Na Van den Eertwegh vestigde in 1937 eerder genoemde Mathias Laurentius Delbressine zich op de windmolen. Het woonhuis aan de noordoostzijde van de molen werd in 1943-1944 gebouwd. In 1948 werd Mathias Laurentius Delbressine na boedelscheiding alleen eigenaar.

De toestand van de windmolen begon in de jaren 1950 achteruit te gaan. In 1956-1957 werd de molen gerestaureerd. Deze omvatte voornamelijk het gevlucht, de staart, de kap en de wieken. De molen werd geschilderd en kreeg vier nieuwe zeilen.

Mathias Delbressine overleed in 1971 en de molen raakte in verval. In juli 1992 werd de molen door de eigenaresse, de weduwe A.C. Delbressine-Wouters overgedragen aan de Stichting tot behoud van het kasteel Wijnandsrade.

In 1993/94 volgde een grondige restauratie waarbij onder meer de roeden werden vervangen en weer van oudhollands tuig werden voorzien. Op 6 mei 1994 werd de opening gevierd en sindsdien is de molen weer regelmatig in bedrijf. De vrijwillige molenaar is Jean Delbressine, zoon van Mathias.

Nadere bronnen en literatuur