Chronologie

In sommige archiefstukken staan dateringen die zo uit een sprookjesboek zouden kunnen komen. Zoals 22 vendemiaire jaar 5 of Sint Jansavond 1473. 
Het is mogelijk om deze datum om te rekenen naar onze huidige kalender. Zo is 22 vendemiaire jaar 5 omgerekend 13 oktober 1796 en staat Sint Jansavond 1473 voor 4 juli 1473. Dit is een voorbeeld van chronologie, een hulpwetenschap die zich bezighoudt met tijdberekeningen en tijdmetingen. In het verleden zijn er veel soorten kalenders geweest. Vele daarvan zul je in geen enkel Nederlands archiefstuk tegenkomen, maar een aantal daarentegen juist wel. Onderstaand een aantal kalendervormen die je wel tegen kunt komen.

  • De Franse kalender.

In de periode rond 1800 wilden de revolutionaire Fransen volledig breken met het verleden en daarmee ook met de invloed van de kerk op het dagelijkse leven. Zodoende werd door de Fransen getracht een revolutionaire nieuwe kalender in te voeren die volledig brak met de tradities van de Katholieke Kerk.

Een jaar begon op 22 september en bestond uit 12 maanden. De namen waren volledig verzonnen, maar wel poëtisch. Een week kende 10 dagen en in één maand gingen dus 3 weken. De 5 overgebleven dagen in een jaar werden omgevormd tot zogenaamde “Jours Complementaire”. De praktische problemen van deze republikeinse kalender bleken wel erg groot en daarom werd 1 januari 1806 de oude (huidige) kalender opnieuw ingevoerd. Maar we komen de dateringen wel nog tegen op archiefstukken uit die periode.  

  • De Juliaanse kalender.

De meeste kalenders zijn gebaseerd op de omloop van de aarde rond de zon. Vroeger dacht men uiteraard andersom. De zon draaide om de aarde, maar dat maakt voor de berekeningswijze niet veel uit.

Eén jaar is de tijd die de aarde nodig heeft om precies één ronde rond de zon te draaien. Sinds 44 voor Christus was een kalender volgens dit principe in gebruik. Deze noemen we de Juliaanse kalender. Deze kalender was weer afkomstig van een kalender gebaseerd op de omloop van maan waarin alle maanden exact 28 dagen hadden. Aan de meeste maanden, met uitzondering van februari werden twee of drie dagen toegevoegd en om elke vier jaar werd een schrikkeljaar ingevoerd. Er werd een 29e dag aan februari toegevoegd.

Na geruime tijd bleek echter dat deze kalender niet nauwkeurig genoeg was. De omloop van de zon duurde ongeveer 1 kwartier langer dan het jaar duurde. Door deze onnauwkeurigheid kwam de (meteorologische) lente steeds later in het jaar te liggen. Een correctie was hard nodig. Zonder correctie zouden bijvoorbeeld de boeren te laat hun gewassen zaaien. Zij baseerden zich immers op de kalender.

Om de zaak weer in de pas te laten lopen, regelde men twee zaken. Ten eerste moest het kwartier per jaar worden gecompenseerd, dit deed men door het schrikkeljaar, dat ééns in de vier jaar valt te laten vervallen in het jaar van een eeuwwisseling (zoals 1600, 1700 etcetera). Daarnaast moest de achterstand worden ingehaald. Dat deed men door gewoonweg 10 dagen te laten vervallen. De Paus besloot dat in de avond van 5 oktober, om klokslag 12 uur, het ineens 15 oktober was.

Deze kalender, die we tot op de dag van vandaag nog gebruiken, noemen we de Gregoriaanse kalender omdat hij werd ingevoerd onder het bewind van Paus Gregorius.

Echter de invoering van deze Gregoriaanse kalender ging niet overal tegelijkertijd in, omdat veel landen zich niets aantrokken van de Paus. In de Republiek (Nederland), gingen alleen de zuidelijke gewesten, Holland en Zeeland meteen over. De rest van de gewesten gingen pas over in 1700. Zo ging bijvoorbeeld Engeland in 1752, Rusland in 1918 en Griekenland pas in 1923 over op deze kalender. De Grieks-orthodoxe kerk hanteert tot op de dag van vandaag nog steeds de Juliaanse kalender en daarom vieren zij kerstavond op 13 januari.

Vandaar dat het eerder genoemde Sint Jansavond 1473 (Juliaanse kalender) niet 24 juni is, maar 4 juli (omgerekend naar de Gregoriaanse kalender).

  • De heiligenkalender.

Veel vroege teksten zijn gedateerd aan de hand van de heiligendagen. Een aantal daarvan is waarschijnlijk nog wel bekend zoals Maria-Lichtmis (2 februari), Valentijnsdag (14 februari), Maria-ten-hemel-opneming (15 augustus), Allerheiligen en Allerzielen (respectievelijk 1 en 2 november) en Kerstavond (24 december). Het gebruik van het woord avond heeft overigens niets te maken met wat wij tegenwoordig verstaan onder avond.  Het begrip avond staat in deze context als aanduiding voor “de dag ervoor”. Sint Nicolaas is jarig op 6 december. De aanduiding Sint Nicolaas avond betekent dus “de dag voor Sint Nicolaas dag”. 5 december dus. We vieren Sinterklaas eigenlijk op de verkeerde dag !
De meeste heiligendagen zijn gekoppeld aan hun geboortedag of de dag van hun overlijden.  

  • Paasstijl, Kerststijl of Nieuwjaarsstijl.

Een jaar begon eeuwen geleden niet altijd met 1 januari. Afhankelijk van de streek begon een nieuw jaar op 25 december, op 1 januari, op 25 maart of met Pasen. De verandering van jaar op 25 december (van 24 december 1239 naar 25 december 1240) noemen we de kerststijl. De verandering van jaar op 1 januari noemen we de nieuwjaarstijl. De verandering van jaar op 25 maart, 9 maanden voor de geboorte van Christus, noemen we de Boodschapsstijl. De verandering van jaar met Pasen, waarbij het nieuwe jaar aanbrak op paaszaterdag, noemen we de Paasstijl.

Elke stad of regio hield meestal één bepaalde stijl aan, maar deze kon wel sterk variëren van stad tot stad. Voorbeeld: Wat is de daadwerkelijk datum van een bepaalde brief of akte waarop 23 maart 1553 als datum staat vermeld. Dit hangt dus af van de stijl die gehanteerd werd in de stad waar de brief was geschreven.

In het geval van een boodsschapsstijl is het feitelijke 27 februari 1554. Werd in de stad Paasstijl gehanteerd dan is het afhankelijk wanneer Pasen viel in 1553. Viel dit op 22 of 23 maart, dan dateert de brief inderdaad van 23 maart 1553. Viel Pasen dat jaar later, dan is de datering 23 maart 1554.

Al deze stijlen worden gedurende de 16e eeuw vrijwel overal vervangen door de huidige standaard, de nieuwjaarsstijl.

  • Omrekenen.

Waarom rekenen we nu al deze kalenders om naar de nieuwjaarsstijl van de Gregoriaanse kalender? Dit gebeurt zodat we gebeurtenissen met elkaar kunnen vergelijken. Geschiedenis is geen opsomming van losstaande feiten die in het verleden hebben gespeeld. Het gaat om het verband dat er bestaat tussen verschillende gebeurtenissen die van invloed zijn op elkaar.

Voorbeeld: Uit Nederlandse archiefbronnen blijkt dat Stadhouder Willem III op 11 november 1688 wegging uit Holland om aldaar de koningstitel te aanvaarden. Uit Engelse bronnen blijkt dat hij aldaar op 5 november aankwam en werd ingehuldigd. Alleen met kennis van het feit dat de Gregoriaanse kalender in de Republiek werd gehanteerd en dat de Juliaanse kalender in Engeland werd gebruikt, valt dit te verklaren en uit te rekenen dat Willem III er 5 dagen over deed om van de Republiek naar Engeland te reizen.

Dus om gebeurtenissen uit het verleden met elkaar in verband te kunnen brengen, is het noodzakelijk om één ijkpunt te hebben. Dat ijkpunt is de Gregoriaanse kalender. Alle oudere data worden omgerekend naar deze kalender, zodat de afzonderlijke gebeurtenissen qua chronologie in verhouding tot elkaar komen te staan.

Bij het omrekenen van de verschillende kalenders en stijlen wordt meestal het “Taschenbuch der Zeitrechnung” van Hermann Grotefend gebruikt.

Op de website van drs. H. J. Plankeel kun je daarnaast een programmaatje vinden dat vrij eenvoudig verschillende kalenders naar elkaar kan omrekenen.

Meer informatie over chronologie in de Nederlanden is te vinden op de website van Hein Vera en Herman de Wit.

Nadere bronnen en literatuur:

 

Onze archieven en collecties