Burgemeester Marcel van Grunsven

Een burgemeester in oorlogstijd. Marcel Van Grunsven loodste Heerlen door de Tweede Wereldoorlog heen met gevaar voor eigen leven.

Marcel van Grunsven.

Marcel van Grunsven was tijdens de Tweede Wereldoorlog burgervader van Heerlen. Van Grunsven werd op 4 december 1896 te Gennep geboren. Hij was gemeentesecretaris, bestuurder en burgemeester van Susteren en Heerlen. Van Grunsven zorgde voor architectonische vernieuwingen in Heerlen en was een zelfverzekerd, autoritair persoon. Door zijn karakter wist hij Heerlen door de Tweede Wereldoorlog te loodsen. Van Grunsven werd burgemeester van Susteren in 1923 wegens zijn financiële kennis. Toen was hij slechts 27 jaar oud.

In 1926 werd Van Grunsven gevraagd als burgemeester van Heerlen. Hij werd de opvolger van Marius Waszink. Op 16 mei 1926 werd Van Grunsven bij Koninklijk Besluit als burgemeester geïnstalleerd te Heerlen. In de visie van Van Grunsven moest Heerlen een moderne, mooie stad worden. Het gemeentebestuur kenmerkte zich echter door veel bureaucratie waarbij ambtenaren onnodig veel discussieerden, aldus Van Grunsven. Hij kondigde bezuinigen aan om de hoge schuld van Heerlen (zo’n tien miljoen gulden), weg te werken. Ook stond hij duizend gulden van zijn eigen salaris af om de gemeentekas te spekken en werklozen een hart onder de riem te steken. Hiermee haalde Van Grunsven de krantenkoppen. Binnen enkele jaren was de gemeente van haar schuld af.

Samen met architecten zoals Fritz Peutz herrezen nieuwe gebouwen in Heerlen. Het Glaspaleis, de Royal en het raadhuis van Heerlen zijn enkele voorbeelden die Peutz in opdracht van Van Grunsven liet bouwen. Cultuur en kunst was voor Van Grunsven belangrijk. Na de oorlog gaf hij kunstenaar Pieter Defesche opdracht om een aantal kunstwerken te vervaardigen en die tentoon te stellen in het raadhuis. In 1947 werden tweehonderd tentoonstellingen georganiseerd.

Rol tijdens de Tweede Wereldoorlog

In tegenstelling tot andere burgemeesters bleef Van Grunsven op zijn post zitten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Andere burgemeesters werden namelijk door de Duitsers ontheven van hun functie. De Duitsers wilden ‘marionetten’ installeren: pro-Duitse burgervaders of zelfs NSB’ers. Van Grunsven had een sterke persoonlijkheid: zelfverzekerd en autoritair. Zijn houding, die soms brutaal was jegens de bezetter, zorgde ervoor dat Van Grunsven door de Duitse bezetter met een steeds wantrouwender blik bekeken werd. Op 13 mei 1940 stond een affiche in het Limburgs Dagblad waarin Van Grunsven opriep tot rust in de gemeente Heerlen. De Heerlense bevolking moest bidden voor koningin Wilhelmina en haar familie. Dat openlijk uitkomen voor steun aan het koninklijk huis zou hem de eerste Duitse waarschuwing opleveren. Publicaties van Van Grunsven moesten gecensureerd worden door Kapitein-luitenant Dr. Ackermann. Ackermann was de Duitse Ortskommandant van Heerlen. Hij had zijn post aan de stationsstraat te Heerlen.

We zien dat Van Grunsven enerzijds met de bezetter samenwerkte en anderzijds verzet bood. Van Grunsven wist heel goed hoe ver hij kon gaan met de Duitse autoriteiten. Om de Duitse bezetter te treiteren meldde hij bijvoorbeeld per brief dat hij verhinderd was, te druk had. Tijdens belangrijke, door de Duitsers geïnitieerde activiteiten zoals de bijeenkomst van Dr. Ley, Dr. Seyss-Inquart, Van Geelkerken (NSB) en andere nationaalsocialisten in mei 1942, was Van Grunsven wel aanwezig. Van Grunsven wist dat hij hoge en machtige Duitse ambtenaren en functionarissen, zoals Dr. Seyss-Inquart, beter niet kon irriteren of dwarsbomen. Het dwarsbomen van hoge Duitse functionarissen, door bijvoorbeeld bezoeken af te zeggen, zou ervoor kunnen zorgen dat Van Grunsven van zijn post ontheven werd. Of erger.

Aan het eind van de oorlog vertelde een dronken Duitser te Heerlen dat de Duitse geheime politie van plan was een aanslag op Van Grunsven te plegen. Dit omdat de burgervader weigerde mannelijke werkkrachten aan de Duitsers uit te leveren. Van Grunsven weigerde pamfletten van de Duitsers te verspreidden met de oproep aan alle mannen Duitse stellingen te graven. De SD was van plan handgranaten te werpen in de woning van de burgemeester en de korpschef. Van Grunsven dook op 9 september 1944 onder samen met het complete politiepersoneel en kwam pas rond 17 september 1944 (bevrijding) weer bovengronds. 

Feiten:

  • Dr. Ackermann prijst de goede samenwerking met Van Grunsven aan het begin van de oorlog. Ook de latere Hauptmann und Battaillonsführer Kronenwerth is positief wat betreft de corporatieve houding van de burgervader;
  • Burgemeester Van Grunsven is aanwezig bij important Duits bezoek, zoals het bezoek van Rijkscommissaris Dr. Seyss-Inquart in mei 1942;
  • Van Grunsven irriteert Duitse instanties door middel van briefcorrespondenties waarin de burgervader stelt dat hij verhinderd is, of het te druk heeft met gemeentelijke activiteiten;
  • Van Grunsven wordt door de Duitse bezetter verschillende keren gewaarschuwd wegens zijn eigenzinnige, autoritaire, brutale houding;
  • Een aanslag zou aan het eind van de oorlog (1944) worden beraamd door Duitse geheime instanties op Van Grunsven, waarschijnlijk door de SD, omdat de burgervader niet voldoende meewerkte met de Duitsers;
  • Van Grunsven dook tijdens de oorlog onder (1944) wegens angst voor zijn leven (aanslag);
  • Het feit dat Van Grunsven op zijn post kon blijven impliceert dat hij moest samenwerken. De vraag is waarom hij op zijn post bleef: voor zichzelf, voor het belang van Heerlen of beide? Waarschijnlijk het laatste.
  • Van Grunsven heeft verzet geboden tegen de Duitse overheerser. Zo uitte hij bijvoorbeeld steun aan het koningshuis tijdens de gemeenteraadsvergadering van 21 juni 1940. Hij kreeg een waarschuwing van Wilhelm Schmidt, de Beauftragte van de provincie Limburg. Bij herhaling zou Van Grunsven ontslagen worden. Ook weigerde Van Grunsven tot driemaal toe om naar een militaire commandant te gaan. Die had zijn post aan het station;
  • Van Grunsven weigerde de hand te schudden van Ortskommandant Dr. Ackermann, zo gaat het gerucht.

Van Grunsven en de Jodenvervolging

Wat betreft de Jodenvervolging heeft Van Grunsven verzet gepleegd. Dat verzet geschiedde meestal in het geheim. Weinig daarvan is opgetekend. In hoeverre Van Grunsven Joden gered heeft, ook qua aantallen, is auteur dezes niet duidelijk. Anderzijds werkte Van Grunsven samen met de Duitse bezetter, vaak om tactische redenen.

In 2013 verscheen het boek ‘de geur van kolen’ van onderzoeksjournalist Joep Dohmen. Daarin stelt Dohmen dat Van Grunsven een niet geheel ‘goede’, ‘zuivere’ burgemeester was. Tijdens een interview op L1 televisie spreken historicus en Tweede Wereldoorlog autoriteit Dr. Fred Cammaert en onderzoeksjournalist Joep Dohmen over Van Grunsven en zijn rol tijdens de oorlog. Cammaert wijst erop dat Van Grunsven geprobeerd heeft om het plaatsen van de bordjes ‘Verboden voor Joden’ te dwarsbomen, uit te stellen. Uiteindelijk zijn die bordjes er toch gekomen. Joep Dohmen houdt stellig bij zijn standpunt en vindt dat Van Grunsven ook ‘zwarte handen’ heeft. Joep Dohmen stelt bijvoorbeeld dat Van Grunsven contacten had met Duitsgezinde Heerlenaren. Iets wat ‘an sich’ niets hoeft te betekenen: informatie inwinnen van de bezetter middels contacten kan geen kwaad.

Cammaerts boek (2014) lijkt (deels) een persoonlijke aanval op Dohmen (2013). De bijdrage van Dohmen is dat hij – ondanks dat hij feiten uit contexten rukt, feiten verdraaid of onjuistheden vermeld – nieuwe discussies omtrent de rol en functie van burgemeesters tijdens de Tweede Wereldoorlog initieert. Daardoor kan nieuw onderzoek worden gestimuleerd en kunnen nieuwe, regionale publicaties over die thematiek ontstaan. 

Van Grunsven is een interessant persoon. Aannemelijk is dat hij zo goed mogelijk gehandeld heeft om Heerlen door de oorlog te loodsen. Waarschijnlijk heeft hij meer goede, dan slechte keuzes gemaakt. Dat maakt het boek van Cammaert (2014) duidelijk. Desondanks moeten we kritisch blijven. In het eerste ‘Dubbelnummer 1 + 2’ van Mijnstreek (2016) staat een recensie over het boek van Cammaert (2014) geschreven door oud stadshistoricus Roelof Braad. Duidelijk komt naar voren dat het laatste deel van dat boek (deels) een persoonlijke aanval is op Joep Dohmen (2013).

Te lezen is dat Van Grunsven wellicht wegens opportunistische doeleinden burgervader bleef, iets wat te betwijfelen valt: Van Grunsven kan ook besloten hebben aan te blijven om de installatie van een NSB burgervader te vermijden. We weten het niet. Van Grunsven had niets met het ‘eindeloze gezwets’ van de Heerlense raad. De Heerlense burgervader was autoritair en stond als ‘aalglad’ bekend in zijn eigen bestuurskring. ‘Een burgemeester die zich overal uit te wist te lullen’, zo lezen wij. Mijn inziens is het zeer onwaarschijnlijk dat Van Grunsven helemaal ‘zuiver’, ‘goed’ in de oorlog was. In welke mate Van Grunsven ‘foute’ keuzes gemaakt heeft is nagenoeg niet te zeggen: auteur dezes was niet bij informele gesprekken, bijeenkomsten of beslissingen van de burgemeester.

Problematisch is het gegeven dat niet alle feiten in primaire, geschreven bronnen staan. Soms worden feiten ook mooier gepresenteerd dan dat ze zijn. Zodoende kunnen onderzoekers nooit met zekerheid een genuanceerd, compleet en objectief beeld van de Heerlense burgervader schetsen. De aanwezige primaire bronnen over Van Grunsven weerspiegelen nimmer de complete werkelijkheid van zeventig jaar geleden. Afgezien daarvan: mogen wij wel oordelen over personen in andere tijden?

 

Nadere bronnen en literatuur:

Cammaert, F. (2014). Eindelijk een echte burgemeester. Feiten en fabels over Marcel van Grunsven, 1940-1946. History Works.

De Wolf, H (2015). Leven rondom een synagoge. Historische reeks Parkstad Limburg.

Dohmen, J. (2013). De geur van kolen. Uitgever Leon van Dorp. 

Hoogeveen, J. (1984). Eveneens voor de goede orde: Heerlen in oorlogstijd, 1940-1944. Heerlen: Winants.

Marcel van Grunsven

Mijnstreek (2016). Historisch Magazine voor Parkstad Limburg, Dubbelnummer 1 + 2. Stichting Historische Kring ‘Het Land van Herle’.

 

 

Onze archieven en collecties