Onze archieven en collecties

« Terug naar Rijckheyt
Uw zoekacties: Historische bibliotheek
xT102 Gemeente Simpelveld
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

T102 Gemeente Simpelveld
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
Korte geschiedenis van het plaatselijke bestuur (1.1.)
T102 Gemeente Simpelveld
1. Inleiding
Korte geschiedenis van het plaatselijke bestuur (1.1.)
In 1794 bezetten Franse troepen een groot deel van de zuidelijke Nederlanden. Bij decreet van 1 oktober 1795 van de Nationale Conventie volgde de definitieve annexatie door Frankrijk.
Bij de inlijving werd, tegelijk met de invoering van de departementale bestuursvorm, ter vervanging van de plaatselijke besturen, een organisatie van kantons ingevoerd, voortvtoeiend uit de grondwet der Franse Republiek van 22 augustus 1795 (5 fructidor an III). Deze kantonnale organisatie ontnam aan alle plaatsen beneden de 5000 inwoners het zelfstandig bestuur; deze plaatsen konden geen eigen municipatiteit meer vormen, men plaatste hen kantonsgewijze onder een gemeenschappelijk bestuur, te weten de z.g. municipale administratie van het kanton.
De plaatsen behielden in zoverre nog een restant van hun oorspronkelijke zelfstandigheid, dat ze ieder een agent municipal en adjoint konden kiezen. De gezamenlijke agenten en adjoints vormden de municipale administratie, met aan het hoofd een president die voorzitter was.
Naast of boven de municipale administratie stond in ieder kanton een vertegenwoordiger van het departementaal bestuur, de z.g. "Commissaire du directoire exécutif", die zijn instructies ontving door tussenkomst van de commissaris bij het departementaal bestuur. De commissaris van het directoir exécutif bij het kanton moest toezicht uitoefenen op de plaatselijke gezagsdragers en er voor waken dat de wetten stipt werden uitgevoerd, terwijl hij de municipale administratie bovendien bijstond als raadsman. Bij de beraadslagingen beschikte hij weliswaar niet over het recht om mee te stemmen, maar anderzijds mocht de lokale administratie geen beslissingen treffen zonder zijn medeweten. Wanneer deze hem onwettig voorkwamen beschikte hij over de bevoegdheid ze te annuleren. Hij stond voortdurend in contact met de centrale administratie van het departement om verslag uit te brengen over de toestand en de politieke activiteiten in het kanton, alsmede over het gedrag van de kantonnale bestuurders. Hij werd benoemd door de commissaris van het directoir exécutif bij het departement. * 
Simpelveld werd ingedeeld bij het kanton Rolduc, dat verder Rolduc, Bocholtz, Eijgelshoven, Kerkrade, Merkstein, Alsdorf, Roerdorf, Welz, Rimburg, Ubach, Ubach over Worms en hun gehuchten omvatte. * 
J.F.Scheilen werd agent municipal en F. Dautzenberg adjoint *  . J.F.Scheilen werd in 1799 opgevolgd door J. Th. van Wersch.
In 1800, bij de wet van 28 pluviose an VIII (17 februari 1800) *  , werden de "municipalités de canton" opgeheven, waardoor de plaatsen beneden de 5000 inwoners weer in het bezit van een eigen bestuur werden gesteld. In de meeste plaatsen waar voorheen een agent municipal en adjoint was kwam nu een maire met een of meer adjoints (naar gelang het aantal inwoners van beneden de 2500 tot boven de 2500, boven de 5000 en boven de 10.000 varieerde) met daarnaast een conceil municipal van 10 tot 30 leden. * 
Het einde van de Franse tijd in 1814 heeft geen onmiddellijke invloed gehad op het plaatselijk bestuur, alleen heette de maire voortaan burgemeester. Ook bij de overgang tot het koninkrijk der Nederlanden bleef de inrichting van het plaatselijk bestuur hetzelfde tot aan de nieuwe bestuursorganisatie in 1818.
Maire van Simpelveld werd J.Th.van Wersch *  , die in 1813 werd opgevolgd door J.Daniels *  , die op zijn beurt in 1817 werd opgevolgd door W. Brand. *  Th.Dautzenberg komen we vanaf 1808 tegen a!s adjoint. * 
Van de eerste gemeenteraad van Simpelveld maakten deel uit: P.Schroeders, H. Vlecks, G. van de Weijer, Th. Brandt, J.F. Scheilen, A. Sougnez, J.W. Houben, Th. Boeken, J.P.Berger en E. Vecks *  . Rond 1804 werd J.H. Vliecks tot gemeenteraadslid benoemd en in 1806 werden H. Schieren, P. Th. Finck, M. Pelzer en J. Kleijnen raadslid *  . Vóór 1819 komen we verder nog als raadsleden tegen: J. Bock, J.W.Scheijlen, J.W.van de Weijer, J.W.Kleijnen, N.Hanbukers en M. Rosenbaum. * 
In 1812 telde de gemeente 831 inwoners.
Bij koninklijk besluit van 14 februari 1818, nr. 95, werd een reglement van bestuur voor het platteland vastgesteld. Elke plattelandsgemeente in Limburg kreeg ingevolge dit reglement een schout, benoemd door de koning, aan het hoofd, terwijl het plaatselijk bestuur verder omvatte twee schepenen, benoemd door gedeputeerde staten uit de leden van de gemeenteraad, op voordracht van de raad, uit een dubbeltal, en een gemeenteraad, benoemd door gedeputeerde staten, voor het eerst onmiddellijk, en vervolgens op voordracht van de raad, uit een dubbeltal kandidaten. De leden der plaatselijke besturen werden benoemd voor zes jaren en waren steeds herkiesbaar. De raadsteden werden bij derde gedeelten vernieuwd: om de twee jaar trad een derde gedeelte van de raad en 1 schepen af, terwijl de schout met het laatste derde gedeelte aftrad.
Het aantal raadsleden was niet in elke gemeente hetzelfde; het bedroeg, de schout inbegrepen, 12 in gemeenten met meer dan 1.000 inwoners, 9 in die met 500-1.000 en 6 in die met minder dan 500 inwoners.
Schout en schepenen benoemden alle andere gemeentefunctionarissen met uitzondering van de gemeentesecretaris en de gemeente-ontvanger, die door gedeputeerde staten werden benoemd uit een dubbeltal kandidaten, voorgedragen door de raad.
In Simpelveld, dat 813 inwoners telde in 1819 *  , werd W. Brand schout. * 
Bij bestuit van gedeputeerde staten van 26 mei 1819 werden E. Vlecks, M. Pelzer, J.P. Berger, J.W. van de Weijer, J. Kleijnen, J.W. Scheijlen, M. Rosenbaum en W. Souren tot raadsteden benoemd. Laatstgenoemde werd bij bestuit van gedeputeerde staten van 8 oktober d.a.v. vervangen door D. Brouwers, omdat hij de gemeente verlaten had. Bij hetzetfde besluit werden E.Vlecks en J.Kleijnen tot schepenen benoemd. * 
Bij het reglement op het bestuur ten platten lande in de provincie Limburg, vastgesteld bij koninklijk besluit van 23 juli 1825, nr. 132, *  werden de namen schout en schepenen veranderd in burgemeester en assessoren, benamingen die in de noordelijke provincies reeds sedert de eerste reglementen voor het bestuur der plattelandsgemeenten in de verschillende provincies (1815-1819) in gebruik waren. Het plaatselijk bestuur bleef bestaan uit een burgemeester, twee assessoren en een gemeenteraad. De burgemeester werd door de koning benoemd, de assessoren vanwege de koning door de staatsraad gouverneur der provincie, uit de leden van de gemeenteraad en de gemeenteraad door gedeputeerde staten, na het plaatseljk bestuur te hebben gehoord. De termijn van benoeming voor a! deze functionarissen bleef zes jaar, herbenoeming was steeds mogelijk.
Om de twee jaar trad een derde of ongeveer een derde gedeelte der gemeenteraad af; de assessoren maakten deel uit van het eerste of tweede aftredende derde gedeelte, de burgemeester behoorde tot het laatste.
De gemeenteraad, inclusief burgemeester en assessoren, bestond uit 7 of 9 personen naar gelang de provinciale staten bepaalden.
De gemeentesecretaris werd door de koning op voordracht van de gemeenteraad benoemd, de gemeente-ontvanger door gedeputeerde staten, eveneens op voordracht van de gemeenteraad.
Voor Simpelveld, dat 950 inwoners telde in 1825 *  , werd het aantal raadsleden bepaald op 7. W. Brand werd burgemeester. * 
Bij resolutie van gedeputeerde staten van 18 augustus 1825 werden tot raadsleden benoemd: E. Vlecks, J. Kleijnen, J.W. van de Weijer, J.W. Scheijlen, D. Brouwers en M. Pelzer. Bij besluit van de staatsraad gouverneur der provincie van een dag later werden E.Vlecks en J. Kleijnen tot assessoren benoemd. P.J. Haenbukers werd bij besluit van gedeputeerde staten van 30 december 1825 benoemd tot raadslid a!s opvolger van M. Pelzer. J. Kleijnen overleed in 1828 en werd als raadslid opgevolgd door L.J. Houben, benoemd bij besluit van gedeputeerde staten van 28 december 1829, en als assessor door J.W. Scheijlen, benoemd bij besluit van de staatsraad gouverneur van 31 december 1829. * 
Bij de Belgische opstand in 1830 stond bijna geheel Limburg aan de zijde van onze Zuiderburen. Ook Simpelveld heeft negen jaar lang, 1830-1839, deel uitgemaakt van het nieuwe Belgische koninkrijk. Als gevolg van de afscheiding ontstond er een nieuwe bestuursregeling voor de plattelandsgemeenten. Ingevolge het besluit van het gouvernement provisoire van 8 oktober 1830 *  moesten de notabelen (zij die een bepaalde som in de belasting betaalden en zij die een vrij beroep uitoefenden) een burgemeester, assessoren en raadsleden kiezen.
Over de termijn van benoeming werd in dit besluit niet gesproken.
Het besluit van het gouvernement provisoire van 28 oktober 1830 *  bepaalde dat de gemeentesecretaris zou worden benoemd door de gemeenteraadsleden en de gemeente-ontvanger door de gouverneur der provincie uit een voordracht van 3 kandidaten door de gemeenteraad.
Aan de verkiezingen te Simpelveld namen 26 kiesgerechtigden deel, die W. Brand tot burgemeester, E. Vlecks en J.W. Scheijlen tot assessoren en L.J. Houben, P.J. Haenbukers, J.W.van de Weijer en A.J. Vliex tot raadsleden kozen. Toen A.J. Vliex in 1833 ontslag nam als raadslid werd J.H.Janssen op 11 november van dat jaar tot zijn opvolger gekozen. * 
Met de Belgische gemeentewet van 30 maart 1836 *  traden nieuwe bepalingen in werking en vervielen ipso facto de zo juist genoemde gouvernementsbesluiten.
In deze werd de gemeenteraad, niet meer de burgemeester, op de voorgrond geplaatst. De raadsleden werden door de kiesgerechtigde inwoners (censuskiesrecht) gekozen en we! rechtstreeks; de burgemeester en schepenen werden door de koning uit de leden van de raad benoemd. De zittingstermijn der raadsleden, evenals die van burgemeester en schepenen, was zes jaar, maar in de wijze van aftreding kwam enige verandering; deze zou om de drie jaar plaats hebben, de helft der raadsleden trad dan telkens af; de schepenen zouden voor de helft bij de eerste reeks behoren, voor de helft bij de tweede en de burgemeester bij de tweede.
Het aantal raadsleden, inclusief burgemeester en schepenen, bedroeg 7 in gegemeenten onder 1.000 inwoners, 9 in die van 1.000-3.000, 11 in die van 3.00010.000 etc. ... en tenslotte 31 in die van 70.000 en meer inwoners.
De gemeentesecretaris werd volgens de gemeentewet van 30 maart 1836 door de gemeenteraad benoemd, welke benoeming moest worden goedgekeurd door de députation permanente du conceil provinciat. De eerste benoeming van de secretaris geschiedt bij koninklijk besluit.
De gemeente-ontvanger werd eveneens door de gemeenteraad benoemd onder goedkeuring van de députation permanente du conceil provincial.
In Simpelveld dat 1100 inwoners telde *  , werden op 14 juli 1836 tot raadsleden gekozen: P.J. Haenbukers, J.W.van de Weijer, A.J. Vliex, E.Vlecks, J.W.Scheijlen, W. Brand, J.L.van Wersch, J.S. van Wersch en J.W.Kleijnen. *  W. Brand bleef burgemeester, terwijl E.Vlecks en J.W.Scheijlen tot schepenen werden benoemd.
Bij de raadsverkiezing van 3 februari 1837 werden P.J. Horbach, J.J. Cloot en J.H.Janssen tot opvolgers van P.J. Haenbukers, J.W.van de Weijer en A.J.Vliex gekozen. Het in augustus 1838 overleden raadslid J.S.van Wersch werd nog diezelfde maand opgevolgd door J.J. van Wersch. * 
Na de ingevolge het Londens tractaat van 19 april 1839 wederinbezitneming van Limburg door de Nederlandse koning Willem I, d.d. 22 juni 1939, en de opname van Limburg als hertogdom in de Duitse bond, d.d. 5 september 1839, werd de Nederlandse grondwet bij koninklijk besluit van 24 september 1840 voor Limburg van kracht verklaard. * 
Voordien echter waren er al voorlopige bestuursmaatregelen getroffen o.a. dat alle bestaande en werkzame ambtenaren, zonder onderscheid of uitzondering, in de weder in het bezit genomen landstreken van Limburg, aanvankelijk en tot zolang daaromtrent nader zou zijn beschikt, hun bedieningen bleven uitoefenen.
Ook na de van kracht verklaring van de grondwet kwamen er nog verschillende wetten omtrent het plaatselijk bestuur in de provincie tot stand.
We vatten deze besluiten en wetten voor wat betreft de benoeming van burgemeester, schepenen, raadsleden, secretaris en ontvanger gemakshalve als volgt kort samen: De burgemeester bleef benoemd worden door de koning.
De schepenen werden benoemd door de commissarissen, belast met het voor lopig bestuur, later door de staatsraad gouverneur van het hertogdom.
De raadsleden werden benoemd door de commissarissen, belast met het voorlopig bestuur, en vanaf 28 september 1841 door de gedeputeerde staten.
De secretaris werd benoemd door de koning.
De gemeente-ontvanger werd benoemd door de commissarissen, belast met het voorlopig bestuur, en later door de staatsraad gouverneur van het hertog dom.
In Simpelveld kwam de eerste wijziging in het bestuur van de gemeente door het overlijden van E. Vlecks in oktober 1841. Hij werd in 1843 als schepen vervangen door P.J. Horbach en als raadslid door J.M. Drummen. Toen laatstgenoemde de gemeente verliet werd hij in 1845 opgevolgd door J.W. Merxs. Bij resolutie van gedeputeerde staten van 2 januari 1846 werd W.H. Brouwers tot raadslid benoemd ter vervanging van J.L. van Wersch. * 
De grondwet van 1848 en de daardoor geëiste gemeentewet d.d. 29 juni 1851, Stb. 85, stellen de raad aan het hoofd van de gemeente. Het bestuur van elke gemeente bestaat uit een gemeenteraad, een college van burgemeester en wethouders en een burgemeester. De leden van de raad worden gekozen door de inwoners van de gemeente volgens censuskiesrecht. De raadsleden hebben zitting gedurende 6 jaar; een derde van hen treedt om de twee jaar af en zijn weer herkiesbaar. De wethouders worden door de raad uit zijn midden benoemd; ze worden gekozen voor 6 jaar, de helft treedt om de drie jaar af en zijn weer herkiesbaar. De burgemeester wordt door de koning benoemd voor de tijd van 6 jaar; hij kan na verloop van die tijd herbenoemd worden.
Het aantal raadsleden bedraagt, onverschillig of de burgemeester al dan niet lid van de raad is, 7 in gemeenten beneden de 3.000 inwoners, 11 in gemeenten van 3.000-6.000, 13 in gemeenten van 6.001-10.000 inwoners etc. ... en tenslotte 45 in gemeenten boven de 200.000 inwoners.
De gemeentesecretaris wordt door de raad op voordracht van burgemeester en wethouders, benoemd, geschorst of ontslagen. De burgemeester, tot secretaris benoemd, wordt als zodanig niet dan met goedkeuring van de Kroon geschorst of ontslagen. De gemeente-ontvanger wordt eveneens door de raad, op voordracht van burgemeester en wethouders, benoemd, geschorst of ontslagen. De grondwet van 1848 en de gemeentewet van 1851 zijn, met inbegrip van hun wijzigingen, nog steeds de grondslag voor de huidige samenstelling van het plaatselijk bestuur. De voornaamste wijzigingen in verband met het hierboven behandelde zijn: het algemeen kiesrecht, de zittingsperiode van 4 jaar voor zowel de gemeenteraad als de wethouders en de afschaffing van de periodieke aftreding.
De gemeente Simpelveld telde op 1 januari 1851 1120 inwoners, 565 mannen en 555 vrouwen. Tot raadsleden werden dat jaar gekozen: W. Brand, J.W.Scheij!en, H.J. Pelzer, J.W. Kleijnen, P.J. Vliex, J.J. van Wersch en D. Engelen. W. Brand bleef burgemeester en J.W.Scheijlen en H.J. Pelzer werden tot wethouders benoemd. * 
Was het aantal mannen en vrouwen op 1 januari 1851 nagenoeg in evenwicht, een halve eeuw later bij de eeuwwisseling, op 1 januari 1901, had Simpelveld een groot vrouwenoverschot, tegenover 1209 vrouwen telde de gemeente slechts 980 mannen. De gemeenteraad was echter een volkomen mannenaangelegenheid, hij was als volgt samengesteld: J.L.H. van Wersch, burgemeester, J.H. Horbach en H. van Wersch wethouders, H.R. van de Weijer, L.H. Houbiers, A.H. Lammertz en M.J .Meentz raadsleden. *  De eerste vrouwen zouden pas in 1923 hun intrede doen in de gemeenteraad, te weten mevr. A. van Wersch-Wark en mej. A.G. Mulders. De laatste zou in 1927 ook de eerste vrouwelijke wethouder van Simpelveld worden. * 
inmiddels had Simpelveld bij koninklijk besluit van 6 april 1907 het volgende gemeentewapen verkregen: "in azuur een paal van zilver, het schild vastgehouden door een schildhouder, achter het schild geplaatst, zijnde de H. REMIGIUS, van voren gezien, gekleed in eene zilveren alba, waarover heen een kasuifel van keel, met boordsels van goud, gelaat, handen, haar en baard van natuurlijke kleur, het hoofd gedekt door een zilveren mijter, geboord van goud en beladen met een gouden kruisje en omgeven door een nimbus van goud, in de opgeheven rechterhand een ampulla van goud omhoog houdende, boven welke een vliegende duif van zilver, schuinlinks geplaatst, en met de linkerhand een bisschopsstaf van goud vasthoudende." * 
In 1920 passeerde het inwonersaantal van de gemeente de 3000, op 31 december van dat jaar bedroeg het 3111 (1410 mannen en 1701 vrouwen). *  Dit had tot gevolg dat de kiesgerechtigde inwoners van Simpelveld in 1923 voor het eerst 11 raadsleden moesten kiezen i.p.v. 7. * 
Nadat Nederland in mei 1940 door de Duitsers was bezet, moesten met ingang van 1 september 1941 de werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders en die van de gemeenteraad blijven rusten en ging hun bevoegdheid over op de burgemeester ingevolge verordening no 152/1941 van de rijkscommissaris.Het plaatselijk bestuur van Simpelveld, dat 4194 inwoners telde per 1 januari 1941 *  , was toen als volgt samengesteld: J.W.H. Houbiers, burgemeester; G.J. Houben, wethouder; L. Franssen, wethouder; A.G. Mulders, raadslid; H. Loozen, raadslid; F.J. Strijthagen, raadslid; H.H. Simon, raadslid; L.H.J. Bodelier, raadslid; P.H. Merx, raadslid; W. Ploumen, raadslid; J.H.H. Sevaerts, raadslid; M.J.H.M.G. van Wersch, raadslid. * 
Aan het slot van deze korte geschiedenis van het plaatselijk bestuur volgen nu nog lijsten van burgemeesters, wethouders en raadsleden. * 
Lijsten (1.2.)
Verantwoording van de ordening en inventarisatie (1.3.)
Kenmerken
Datering:
1795 - 1941
Titel:
Gemeente Simpelveld, 1795 - 1941
Omvang:
ca. 30 meter
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld.
Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Rijckheyt, Centrum voor Regionale Geschiedenis, Heerlen. Toegang T102 Gemeente Simpelveld
VERKORT:
NL-HrlRi T102
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS